Les 1: De basis van fotografie

Het woord fotografie betekent letterlijk ‘schrijven met licht’. Zonder licht kan je dus ook geen foto maken en licht is dan ook het belangrijkste in de wereld van de fotografie. In deze eerste les bekijken hoe een camera ervoor zorgt dat licht uiteindelijk resulteert in een foto. Hoewel deze les ‘de basis van fotografie’ heet, is alles wat hier besproken wordt ook prima toe te passen op het maken van video’s. Een videocamera is (simpel gezegd) dan ook niets meer dan een fototoestel die heel veel foto’s na elkaar maakt en deze vervolgens achter elkaar afspeelt.

Deze eerste les bestaat voor een groot deel uit theorie. Dit is nodig om later in de praktijk te begrijpen waarom een foto goed gelukt is of nog belangrijker: waarom hij mislukt is. Laat je vooral niet afschrikken door alle termen die gebruikt worden, ik zal zoveel mogelijk proberen alles uit te leggen. Mochten er toch nog dingen onduidelijk zijn stel dan je vraag beneden in de comments.

Licht

Alle objecten die wij met onze ogen kunnen zien stralen licht uit. Preciezer: ze weerkaatsen licht van een lichtbron, bijvoorbeeld een lamp of de zon. Wit licht zoals van een lamp of de zon bestaat uit alle kleuren gecombineerd. Gekleurde objecten absorberen al dit licht behalve dat van hun eigen kleur. Zo zal een rood voorwerp alleen rood licht weerkaatsen en een groen voorwerp alleen groen licht. Dit gekleurde licht dat terugkaatst zorgt ervoor dat onze ogen zien welke kleur iets is. Zwarte voorwerpen zijn hier een uitzondering op, deze absorberen alle kleuren licht en weerkaatsen dus geen licht.

Een camera kan net als onze ogen de lichtstralen die van objecten weerkaatsen opvangen en deze uiteindelijk omzetten tot een foto. In dit schema zie je welke weg zo’n lichtstraal hiervoor moet afleggen.

Van licht tot foto

Lens

Als eerste komt het licht door een lens heen. Een lens is een stuk glas dat zo geslepen is dat de lichtstralen omgebogen worden. Meestal zit er in een camera niet maar één lens, maar meerdere lenzen achter elkaar. Deze lenzen bij elkaar worden een objectief genoemd, hoewel in de volksmond dit vaak ook gewoon een lens genoemd wordt. Vanaf nu zullen objectief en lens dan ook door elkaar gebruikt worden; hiermee wordt hetzelfde bedoeld. In een volgend artikel zal ik dieper ingaan op verschillende soorten lenzen en hun eigenschappen.

Diafragma

Het diafragma is een ring in de lens die door middel van lamellen groter of kleiner gemaakt kan worden. Dit zorgt voor de hoeveelheid licht dat doorgelaten kan worden naar de rest van de camera. Een groot diafragma laat veel licht door en een klein diafragma maar weinig. Het is erg belangrijk om te weten hoe het diafragma een foto beïnvloedt, omdat het invloed heeft op veel verschillende aspecten van een foto, o.a. scherptediepte, belichting en snelheid van de lens. Deze begrippen zal ik in een latere les behandelen.

De grootte van het diafragma wordt aangegeven door een f-getal. Hoe groter de opening van het diafragma is, hoe kleiner het f-getal is. Een diafragma van 4 wordt geschreven als f/4. Zie onderstaand plaatje voor meer duidelijkheid.

Diafragma

De grootte van het diafragma heeft een aantal standaardwaarden. In de meeste camera’s zijn dit de volgende f-getallen:

f/1.4   2   2.8   4   5.6   8   11   16   22   32

Als we een diafragma van f/1.4 nemen komt er twee keer zoveel licht binnen als bij een diafragma van f/2. Het zelfde geldt voor een diafragma van f/22 en f/32. Het bovenstaande lijstje van f-getallen geeft dus stappen weer waarbij elke stap de hoeveelheid licht die de camera binnen komt halveert. Deze stappen worden ook wel stops genoemd. Het verschil tussen een diafragma van f/4 en f/11 is 3 stappen, dus 3 stops. De hoeveelheid licht bij f/11 wordt dus 3 keer gehalveerd ten opzichte van f/4.

Meestal kan een camera nog meer stappen maken dan hierboven worden beschreven. Vaak wordt gebruik gemaakt van stappen van 1/3 stop. Zo kan het diafragma dus bijvoorbeeld ingesteld worden op f/8, f/9, f/10 en f/11. Hierdoor wordt de hoeveelheid licht steeds met 1/3 verminderd.

Dit kan nogal verwarrend zijn op het begin. Belangrijk is dat je onthoudt:

– Een hoger f-getal = een kleinere diafragmaopening = minder licht
– Een lager f-getal = een grotere diafragmaopening = meer licht

Sluiter

De sluiter is een soort gordijntje dat heel snel open en dicht kan gaan. Hierdoor wordt bepaald hoe lang licht op de sensor valt. Normaal gezien is de sluiter gesloten, en wanneer er een foto wordt gemaakt gaat de sluiter heel even open en dan gelijk weer dicht. Hierdoor wordt er kort licht doorgelaten dat wordt gebruikt voor de foto. Hoe korter de sluiter open heeft gestaan, hoe meer het beeld ‘bevroren’ wordt, bijvoorbeeld een sprintende atleet die stilgezet wordt op de foto. Andersom zorgt een langere sluitertijd (de tijd die de sluiter open staat) dat een foto ‘bewogen’ wordt, bijvoorbeeld stromend water bij een waterval.

Sluiter

Ook bij de sluitertijd zijn er stops. Dit is net zoals bij het diafragma een halvering van de hoeveelheid licht die doorgelaten wordt. Gelukkig is dit iets logischer dan bij het diafragma: Wanneer de sluitertijd met de helft wordt verminderd wordt ook de hoeveelheid licht gehalveerd. Van een sluitertijd van 1 seconde naar een sluitertijd van 0,5 seconde is dus 1 stop verschil, van 1/250 naar 1/125 is 1 stop verschil en ga zo maar door.

Ook hier worden in de camera vaak de stappen waarin je de sluitertijd kunt instellen onderverdeeld in stappen van 1/3 stop. Tussen sluitertijden van 1/60 en 1/125 heb je dus vaak nog 1/80 en 1/100.

Sensor

De sensor is een stukje elektronica dat gevoelig is voor licht. Het is te vergelijken met het fotorolletje van de analoge camera’s. Globaal gezien bestaat een sensor uit miljoenen lichtgevoelige puntjes. Deze worden pixels genoemd. Als er licht op deze pixels valt wordt vastgesteld welke kleur dit licht is en dan wordt op de foto de betreffende pixel ook deze kleur, wat uiteindelijk leidt tot een complete foto. De hoeveelheid pixels waaruit een sensor bestaat wordt uitgedrukt in Megapixels. Een Megapixel staat gelijk aan 1 miljoen pixels. Een sensor met 2560 x 1920 pixels bestaat dus uit 2560 x 1920 = 4.915.200 pixels ≈ 5 Megapixels.

Een veelgemaakte fout is dat gedacht wordt dat meer megapixels mooiere foto’s oplevert. De hoeveelheid megapixels geeft echter alleen maar aan hoe groot een foto is. De combinatie van de lens en de kwaliteit van de sensor bepaalt in veel grotere mate de kwaliteit van de foto. Sterker nog: Hoe meer pixels er op een sensor zitten, hoe kleiner de pixels worden en hoe minder licht er per pixel beschikbaar is. Hierdoor kan bij erg grote hoeveelheden pixels zelfs kwaliteitsverlies optreden!

ISO

De hoeveelheid licht die op de sensor valt wordt dus vastgesteld door het diafragma en de sluitertijd. Er is echter nog een manier om de belichting van een foto te regelen, en dat is door de sensor gevoeliger of minder gevoelig te maken. Dit wordt gedaan door de ISO-waarde in de camera te veranderen. Hoe hoger de ISO waarde hoe gevoeliger de sensor wordt voor licht, en andersom. In de meeste camera’s kan de ISO worden ingesteld op de volgende waarden of een deel daarvan:

ISO 50 100 200 400 800 1600 3200

Elke stap is hier weer één stop, dus van ISO 50 naar ISO 100 wordt de sensor twee keer gevoeliger voor licht. Andersom wordt de gevoeligheid dus gehalveerd. Het is aan te raden de ISO waarde altijd zo laag mogelijk te houden, omdat hoe gevoeliger de sensor wordt voor licht, hoe meer ruis er optreedt in de foto. Gebruik dus alleen hoge ISO waardes als er te weinig licht is.

Tot slot

Omdat bij elke stop de hoeveelheid licht wordt gehalveerd (of verdubbeld wanneer je een stop de andere kant op gaat) zijn de waardes voor diafragma, sluitertijd en ISO op elkaar aan te passen. Wanneer je het diafragma 1 stop meer open zet (dus bijvoorbeeld van f/2 naar f/1.4) kan je om dezelfde belichting in je foto te houden de sluitertijd met 1 stop verkorten (bijvoorbeeld van 1/250 naar 1/500) of de ISO waarde 1 stop verlagen (bijvoorbeeld van ISO 1600 naar ISO 800).

Hoewel dit veel informatie in een keer kan zijn is het belangrijk voor het maken van goede foto’s dat je weet hoe het diafragma, sluitertijd en ISO waarde werken. Lees dus dingen die nu nog onduidelijk zijn nog een keertje door of stel hier onder een vraag, dan kunnen we de volgende les verder met het bespreken van de verschillende soorten lenzen en camera’s.

Comments

  1. 01/05/2012

    Je website ziet er heel mooi uit. En handig je tutorial!

    Reply
  2. 21/12/2012

    Goede tutorial erg informatief en tevens leuk om te lezen, thumbs up!

    Reply

Leave a Reply